GACS-verplichting: gebouwautomatisering boven 290 kW, vanaf 2030 boven 70 kW
Sinds 1 januari 2026 geldt de GACS-verplichting: gebouwautomatisering is verplicht in bedrijfsgebouwen met een verwarmings- of koelsysteem van meer dan 290 kW. Vanaf 1 januari 2030 zakt die grens naar 70 kW, en dan vallen ook middelgrote kantoren, winkels en bedrijfsgebouwen eronder. Ontbreekt het systeem, dan kan de gemeente de eigenaar een last onder dwangsom opleggen, of een bestuurlijke boete van ten hoogste €5.500. Dat geldt ook als een huurder het gebouw gebruikt. Of uw gebouw eronder valt, leest u af op de typeplaatjes van de ketel, de warmtepomp en de koelmachine.
Wat is gebouwautomatisering (GACS)?
Gebouwautomatisering heet in de regels een systeem voor gebouwautomatisering en -controle, afgekort GACS. Het leest de installaties in een gebouw doorlopend uit. Volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 3.146 moet het:
- het energieverbruik permanent meten, bijhouden en analyseren, en bijsturen mogelijk maken;
- rendementsverlies van installaties opsporen en de beheerder laten weten wat er beter kan;
- communiceren met de installaties in het gebouw, ook als die van verschillende merken zijn;
- de binnenluchtkwaliteit bewaken.
Staat een installatie verkeerd afgesteld, dan ziet het systeem dat en meldt het aan de beheerder.
Welk niveau is genoeg?
De regels verwijzen naar de norm NEN-EN-ISO 52120-1. Een bestaand gebouw moet minimaal klasse C halen, en voor de analyse van het energieverbruik klasse B. Voor sommige functies mag een lager niveau, bijvoorbeeld klasse D voor zonwering die niet automatisch te bedienen is. Dat staat bij RVO en het Informatiepunt Leefomgeving.
Voor welke gebouwen is gebouwautomatisering verplicht?
De plicht geldt voor bestaande gebouwen die verwarmd of gekoeld worden voor mensen: kantoren, winkels en andere bedrijfsgebouwen. Zit er ook een woning in het gebouw, dan geldt de plicht niet. Dat staat in artikel 3.145 van het Bbl, en RVO zegt het ook.
De grens zakt in stappen. Het Bbl is daar al op aangepast, in Staatsblad 2026, 103:
| Vanaf 1 januari | Vermogen | Wat er moet zijn |
|---|---|---|
| 2026 | meer dan 290 kW | gebouwautomatisering |
| 2028 | meer dan 290 kW | gebouwautomatisering en automatische lichtregeling |
| 2030 | meer dan 70 kW | gebouwautomatisering en automatische lichtregeling |
Zo telt u het vermogen
Het gaat om het nominale vermogen: wat op het typeplaatje van de ketel, de warmtepomp of de koelmachine staat. Tel alle installaties voor verwarming bij elkaar op, en apart alle installaties voor koeling. Verwarming en koeling telt u niet bij elkaar op. Komt een van de twee boven de grens, dan geldt de plicht.
Ruimtes waar zelden iemand is, of die alleen vorstvrij of onder 15 graden worden gehouden, tellen niet mee. Een afgesloten serverruimte meestal ook niet.
Een voorbeeld. Een kantoor heeft twee ketels van 160 kW en een koelmachine van 200 kW. De verwarming komt samen op 320 kW, de koeling op 200 kW. De verwarming zit boven 290 kW, dus gebouwautomatisering is nu al verplicht. Een kantoor met één ketel van 120 kW valt er vanaf 1 januari 2030 onder.
Vanaf 2028 hoort er lichtregeling bij
Vanaf 1 januari 2028 moet een gebouw boven 290 kW ook een systeem voor automatische lichtregeling hebben: verlichting die per zone is ingedeeld en ziet of er iemand is. Vanaf 2030 geldt dat ook boven 70 kW. Laat u nu een systeem aanleggen, neem de verlichting dan meteen mee in de offerte.
Heeft u al een gebouwbeheersysteem?
Dan bent u er waarschijnlijk nog niet. Volgens RVO voldoet een gebouwbeheersysteem waarschijnlijk niet aan de eisen, en is een energiemanagementsysteem meestal minder uitgebreid. Ook de combinatie van die twee voldoet zelden. Een bestaand systeem telt alleen als het vergelijkbaar is met de eisen.
Laat een installateur of adviseur dat toetsen met de checklist van RVO, met een rapport als uitkomst en een verbeterplan waar het tekortschiet. Dat rapport laat u zien als de gemeente erom vraagt.
Wie houdt toezicht, en wat kost het als u wacht?
De gemeente houdt toezicht, of de omgevingsdienst namens de gemeente. Zij spreekt eerst de eigenaar van het gebouw aan, ook als een huurder de installaties gebruikt. Om gebouwen te vinden kan de toezichthouder onder meer de BAG, het SCIOS-portaal met keuringen, de informatieplicht energiebesparing en energielabels gebruiken.
Voldoet het gebouw niet, dan kan de gemeente:
- een last onder dwangsom opleggen: u krijgt een termijn, en is het systeem er dan niet, dan betaalt u een geldsom, bijvoorbeeld per week dat het uitblijft;
- een last onder bestuursdwang opleggen: doet u het niet, dan laat de gemeente het zelf doen, op uw kosten;
- een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste €5.500.
Dat maximum volgt uit de Omgevingswet, artikel 18.12: ten hoogste het bedrag van de tweede categorie uit het Wetboek van Strafrecht, artikel 23, en dat is per 1 januari 2026 €5.500.
Er is ook een stillere kostenpost. Een installatie die verkeerd staat afgesteld, verbruikt meer energie dan nodig, en niemand ziet het. Precies dat moet het systeem opsporen.
Wat u vandaag kunt doen
- Laat het vermogen opnemen. Vraag uw installateur om het nominale vermogen van alle verwarming en apart van alle koeling. Het staat op de typeplaatjes en in het onderhoudslogboek.
- Laat een bestaand systeem toetsen. Met de checklist van RVO, en met een rapport als uitkomst.
- Vraag een offerte die verder kijkt dan vandaag. Zit u boven 290 kW, neem dan de lichtregeling voor 2028 mee. Zit u tussen 70 en 290 kW, dan moet het systeem er uiterlijk 1 januari 2030 zijn. Valt de vervanging van de ketel eerder, combineer het dan.
- Spreek het af met uw huurder. De gemeente spreekt u als eigenaar aan, maar de huurder gebruikt het gebouw en krijgt de meldingen te zien. Leg vast wie het systeem beheert, wie de meldingen opvolgt en hoe de kosten worden verdeeld. Kijk eerst wat het huurcontract al zegt over installaties en onderhoud.
- Bewaar het bewijs. De datum van de oplevering en het rapport van de installateur.
Voor het energielabel van een kantoor leest u wanneer uw energielabel verloopt.
Zo houdt VastgoedVink het bij
Het vermogen staat niet in de BAG, dus de gratis scan op adres kan gebouwautomatisering nog niet laten zien. Probeert u VastgoedVink 30 dagen, dan vult u in de vragenlijst bij uw object in of het vermogen van de verwarming of de koeling boven 70 kW ligt, en of het boven 290 kW ligt. Valt het gebouw onder de plicht, dan staat de verplichting op rood tot u de datum invult van de oplevering of van het rapport van uw installateur. Het rapport uploadt u bij het object, en het gaat mee in het bewijsdossier.
Zit er ook een woning in het gebouw, dan geldt de plicht niet, en zet VastgoedVink de verplichting er ook niet bij.
Voorkom een brief van de gemeente
Heb het bewijs klaar voordat de gemeente erom vraagt
Bij een controle wil de toezichthouder het rapport zien. In VastgoedVink staat gebouwautomatisering op rood tot de datum en het rapport erbij staan, en het rapport gaat mee in het bewijsdossier. Het vermogen vult u in tijdens de 30 dagen dat u VastgoedVink probeert.
Scan uw object gratis →